De wiskunde van overleven

Stel je hebt €10.000 trading-kapitaal. Je riskeert 10% per trade. Je verliest 10 trades achter elkaar (het gebeurt). Je hebt nog: €10.000 Γ— 0.9^10 = €3.487. 65% van je kapitaal weg.

Nu met 1%-regel: €10.000 Γ— 0.99^10 = €9.044. Slechts 9,6% verlies na 10 verliezende trades.

Accountgrootte: €10.000 Max risico per trade (1%): €100 Als stop-loss = 10 NQ-punten: 10 punten Γ— $20 = $200 (β‰ˆβ‚¬185) β†’ te groot voor 1 contract Oplossing: trade met MNQ (micro) 10 punten Γ— $2 = $20 β†’ perfect voor 1% regel

Hoe bereken je je positiegrootte?

De formule: Positiegrootte = (Account Γ— Risico%) Γ· (Stop-loss in punten Γ— waarde per punt)

Account: €10.000. Risico: 1% = €100. Stop: 20 punten NQ. $20/punt.
β†’ €100 Γ· (20 Γ— $20) = €100 Γ· €400 = 0,25 contract. Dus: 2-3 MNQ micro-contracten.

Waarom niet 2% of 5%?

2% is acceptabel voor ervaren traders. 5% is al gevaarlijk. De reden: het herstel van een verlies is asymmetrisch. Als je 50% verliest, heb je 100% winst nodig om terug op break-even te komen.

πŸ›‘οΈ Professioneel: Goede traders focussen op overleven. Als je na 6 maanden nog actief bent en je kapitaal redelijk intact hebben, heb je al meer bereikt dan 80% van alle traders.
LONG vs SHORT: de absolute basis van elk trade-signaal
EMA 50 en EMA 200: de twee lijnen die elke trader moet kennen

Klaar om dit toe te passen?

Ontvang dagelijks live signalen met uitleg β€” via WhatsApp.

Start 7 dagen gratis β†’