HomeSignalenBlogAcademyBegrippenPakketten
📖 Begrippen A-Z

Elke term uitgelegd.
Van beginner tot pro.

Alle termen die je tegenkomt bij NQ futures, MAG7 aandelen en onze signalen — uitgelegd in gewone taal.

131 begrippen
A
Algo trading
Algo trading is handelen via computerprogramma's gebaseerd op vooraf gedefinieerde regels. Algoritmen kunnen snelheid en precisie bieden bij het uitvoeren van orders en worden veel gebruikt voor arbitrage en signaalverwerking bij NQ futures.
Arbitrage
Arbitrage is een handelsstrategie waarbij een trader profiteert van prijsverschillen tussen twee of meer markten of instrumenten. Bij NQ futures trading kan dit bijvoorbeeld het benutten van prijsverschillen tussen NQ en gerelateerde ETF's zijn.
Ask
De prijs waarvoor een verkoper bereid is te verkopen. Als je koopt, betaal je de ask-prijs.
ATH (All-Time High)
Het hoogste prijsniveau dat een instrument ooit heeft bereikt. Een uitbraak boven ATH is een sterk bullish signaal.
ATR (Average True Range)
Meet de gemiddelde dagelijkse prijsbeweging over een periode. Handig om je stop-loss te berekenen: bijv. 1× ATR onder je entry.
B
Bear trap
Een bear trap is een situatie waarbij de markt kort door een support-niveau breekt, waardoor shorts worden gelokt, maar daarna snel terugkeert omhoog. Stop-loss orders van short traders worden geactiveerd, wat de stijging versnelt.
Bearish
Verwachting dat de prijs zal dalen. Een "beer" (bear) haalt zijn klauwen naar beneden. Tegenover: bullish.
Beta
Beta is een maat voor de volatiliteit van een aandeel of contract ten opzichte van de bredere markt. Een beta van 1 = even volatiel als de markt. Beta > 1 = meer volatiel. NVIDIA heeft doorgaans een hoge beta ten opzichte van NQ.
Bid
De prijs waarvoor een koper bereid is te kopen. Als je verkoopt, ontvang je de bid-prijs. Het verschil tussen bid en ask is de spread.
Bollinger Bands
Bollinger Bands bestaan uit drie lijnen: een SMA-20 als middelste band en twee banden op 2 standaarddeviaties. De banden verwijden bij hoge volatiliteit en vernauwen bij lage (squeeze). Een squeeze gevolgd door een uitbraak geeft often een sterke beweging.
Break-even
Je stop-loss verplaatsen naar je instapprijs zodra de trade voldoende in de richting beweegt. Je kunt dan niets meer verliezen op die trade.
Bull trap
Een bull trap is een situatie waarbij de markt kort boven een resistance-niveau uitbreekt, waardoor longs worden gelokt, maar daarna snel terugvalt. Stop-loss orders van long traders worden geraakt, wat de daling versnelt.
Bullish
Verwachting dat de prijs zal stijgen. Een "stier" (bull) stoot zijn horens omhoog. Tegenover: bearish.
C
Candlestick
Een grafiekvorm die voor één tijdsperiode vier prijzen toont: open, high, low, close. Groene kaars = close hoger dan open. Rode kaars = close lager dan open.
Carry trade
Een carry trade is een strategie waarbij je een positie inneemt in een markt met een hogere rente dan een andere markt om het renteverschil te ontvangen. Bij valuta trading populair; bij NQ is carry trade context relevant via de invloed van rentes op groei-aandelen.
Channel
Een channel bestaat uit twee parallelle trendlijnen die de prijsbeweging begrenzen. Binnen het kanaal handelen traders van muur naar muur. Een uitbraak boven of onder het kanaal signaleert een mogelijke trendversnelling.
Close (sluiting)
De prijs aan het einde van de gekozen tijdsperiode. De sluitingsprijs van een dagkaars is de meest gevolgde prijs in de wereld.
Confluence
Meerdere indicatoren of signalen die tegelijk in dezelfde richting wijzen. Hoe meer confluence, hoe betrouwbaarder het signaal.
Consolidation
Consolidation is een periode waarin een markt stabiel blijft en geen duidelijke trend vertoont. Kopers en verkopers zijn in evenwicht. Consolidatie is often de aanloop naar een nieuwe trendbeweging — de markt "laadt op" voor de volgende stap.
Contract (futures)
Eén eenheid van een futures instrument. Bij E-mini NQ = $20 per punt. Bij Micro MNQ = $2 per punt.
Correlation
Correlatie is een maat voor hoe sterk twee instrumenten in dezelfde of tegengestelde richting bewegen. NQ en QQQ hebben een hoge correlatie (~0.99). NQ en goud hebben een negatieve correlatie in risk-off periodes.
D
Dark pool
Een dark pool is een privé handelsplatform waarop institutionele traders anoniem grote orders kunnen uitvoeren zonder de publieke markt te beïnvloeden. Als dark pool volume plots zichtbaar wordt in rapportages, kan dit significante prijsbewegingen veroorzaken.
Day Trading
Alle posities openen en sluiten binnen dezelfde handelsdag. Geen posities over de nacht houden.
Death Cross
Wanneer de EMA 50 de EMA 200 van boven naar beneden kruist. Sterk bearish signaal op langere termijn.
Delta
Delta is een maat voor hoe gevoelig een optie is voor een prijsbeweging van de onderliggende waarde. Een delta van 0.5 betekent dat de optie $0.50 beweegt per $1 beweging in de onderliggende. Delta 1 = beweegt 1:1 mee.
Divergence
Divergence is wanneer de prijs een nieuwe high maakt maar een indicator (bijv. RSI) geen nieuwe high maakt — of andersom. Bullish divergence (prijs daalt, RSI stijgt) kan een bodem signaleren. Bearish divergence kan een top signaleren.
Doji
Een candlestick waarbij de openings- en sluitingsprijs vrijwel gelijk zijn. Toont onzekerheid in de markt — kopers en verkopers zijn in evenwicht.
DOM (Depth of Market)
DOM toont alle openstaande koop- en verkooporders op elk prijsniveau in real-time. Traders gebruiken DOM om te zien waar grote orders staan (instituties) en om de directe orderflow te lezen bij intraday scalping.
Double bottom
Een double bottom is een bullish patroon op een grafiek met twee gelijke bodems gescheiden door een top. Een doorbraak boven het tussenliggende hoogtepunt (de "neklijn") bevestigt het patroon en signaleert een potentieel opwaartse trend.
Double top
Een double top is een bearish patroon met twee gelijke toppen gescheiden door een dal. Een doorbraak onder het tussenliggende dal bevestigt het patroon en signaleert een potentieel neerwaartse trend.
Drawdown
Het procentuele verlies van een piek naar een dieptepunt. "Max drawdown" is het grootste verlies dat een strategie ooit heeft ervaren. Lagere drawdown = minder risico.
E
EMA (Exponential Moving Average)
Voortschrijdend gemiddelde dat meer gewicht geeft aan recente prijzen. De EMA 50 en EMA 200 zijn de meest gevolgde. Ons systeem gebruikt beide als primaire trend-indicator.
Entry
De prijs waarop je een positie opent. Plan je entry altijd vooraf — nooit "gewoon instappen" zonder plan.
E-mini
Kleinere versie van een standaard futures contract. De E-mini NQ (symbool NQ) is $20 per punt. De Micro MNQ is $2 per punt.
ETF (Exchange-Traded Fund)
Een ETF is een beleggingsfonds dat op een beurs verhandeld wordt, net als een aandeel. QQQ volgt de NASDAQ 100 en is sterk gecorreleerd met NQ futures. ETF's worden gebruikt als alternatief voor futures of om relatieve kracht tussen markten te meten.
Exit
De prijs waarop je een positie sluit, hetzij via take-profit, stop-loss, of handmatig.
F
Fear & Greed Index
Een maatstaf (0-100) voor het sentiment op de markt. 0 = extreme angst. 100 = extreme hebzucht. Gebruik als contraire indicator: extreme angst = koopmogelijkheid.
Fibonacci
Fibonacci retracements zijn horizontale lijnen die mogelijke steun- en weerstandsniveaus aangeven op basis van de wiskundige Fibonacci-verhouding. De meest gebruikte niveaus zijn 38,2%, 50% en 61,8%. Traders gebruiken ze om pullback-instapniveaus te bepalen.
Fill
Een fill is de daadwerkelijke uitvoering van een handelsorder. Bij een market order krijg je direct een fill. Bij een limit order wacht de fill totdat de markt jouw prijs bereikt. Partial fills kunnen optreden bij grote orders in lage liquiditeit.
Float
Float is het aantal aandelen dat beschikbaar is voor handel door het grote publiek. Een kleine float (low float) leidt bij nieuws tot hoge volatiliteit, omdat een relatief kleine hoeveelheid koopinteresse al grote prijsbewegingen veroorzaakt.
FOMC (Federal Open Market Committee)
De Amerikaanse centrale bank (Fed) commissie die de rente bepaalt. FOMC-vergaderingen (ca. 8× per jaar) veroorzaken altijd grote marktbewegingen. Ons systeem geeft waarschuwingen vooraf.
Fundamental analysis
Fundamentele analyse beoordeelt de intrinsieke waarde van een instrument op basis van economische data, winst, omzet en balans. Bij NQ futures kijk je naar macro-indicatoren, Fed-beleid en kwartaalresultaten van MAG7-bedrijven.
Futures
Contracten om een instrument op een toekomstig tijdstip te kopen/verkopen voor een vastgestelde prijs. Bij NQ Futures beleg je in de NASDAQ 100 index met leverage.
Futures expiration
Futures expiratie is de datum waarop een futures contract afloopt. NQ futures verlopen elk kwartaal (maart, juni, september, december). Traders moeten vóór expiratie hun positie sluiten of naar het volgende contract "rollen" (rollover).
G
Gamma
Gamma meet hoe snel de delta van een optie verandert bij een prijsbeweging van de onderliggende waarde. Een hoge gamma betekent dat de optie snel in delta-waarde kan veranderen — dit zorgt voor versterkte prijsbewegingen rond grote niveaus op optievervaldag (OpEx).
Gap
Wanneer de markt opent op een niveau dat significant verschilt van de vorige sluiting. Gaps worden vaak "gevuld" — de markt keert terug naar het gat.
Golden Cross
Wanneer de EMA 50 de EMA 200 van onderen naar boven kruist. Klassiek bullish signaal — veel institutionele traders handelen hier automatisch op.
H
Head and Shoulders
Een bearish patroon op een grafiek met drie toppen: een hogere middelste top (hoofd) en twee lagere zijtoppen (schouders). Een doorbraak onder de neklijn (verbindingslijn van de twee dalen) bevestigt het patroon en signaleert een potentieel neerwaartse trendwisseling.
Hedge
Een positie innemen die het tegenovergestelde beweegt van een andere positie, als bescherming. Bijv. short NQ futures als je een long aandelenportefeuille hebt.
HFT (High-Frequency Trading)
High-Frequency Trading gebruikt krachtige computers en algoritmen om duizenden trades per seconde uit te voeren. HFT-firma's profiteren van microscopisch kleine prijsverschillen. Hun activiteit beïnvloedt de liquiditeit en volatiliteit, met name rond de marktopen en -sluit.
High (daghigh)
Het hoogste prijspunt binnen de gekozen tijdsperiode. De "previous day high" (PDH) is een populair resistance-niveau.
I
Implied volatility (IV)
Implied volatility is de door de optiemarkt verwachte toekomstige prijsbeweging, uitgedrukt als jaarlijks percentage. Hoge IV = optiepremies zijn duur, markt verwacht grote bewegingen. Traders vergelijken IV met historische volatiliteit om kansen te identificeren.
Inside day
Een inside day is een handelsdag waarbij de high en low volledig binnen het bereik van de vorige dag vallen. Dit duidt op een pauze in de trend en wordt gezien als opbouw voor een volgende directionale beweging. Een uitbraak de volgende dag geeft een sterk signaal.
Institutional traders
Grote spelers: banken, hedge funds, pensioenfondsen. Zij bewegen de markt. Technische analyse helpt hun acties te "lezen" in de prijs.
Indicator
Wiskundige berekening op basis van prijs- en/of volumedata die een signaal geeft. RSI, EMA, MACD, Bollinger Bands zijn populaire voorbeelden.
IVR (Implied Volatility Rank)
IVR vergelijkt de huidige implied volatility met het historische IV-bereik van de afgelopen 52 weken. Een IVR van 80 betekent dat IV hoger is dan in 80% van de afgelopen 52 weken. Hoge IVR is gunstig voor het verkopen van optiepremie (premium selling).
L
Latency
Latency is de vertraging in milliseconden tussen het plaatsen van een order en de uitvoering ervan. Voor scalpers is lage latency cruciaal. Co-location bij de exchange-server (zoals bij CME voor NQ futures) verkort de latency tot vrijwel nul.
Leverage
Met geleend geld traden. Bij NQ futures control je $400.000 aan waarde met ~€10.000 margin. Vergroot winsten én verliezen.
Liquidation
Wanneer je broker je positie automatisch sluit omdat je margin onvoldoende is. Te vermijden door nooit te groot te handelen.
Liquidity
Liquidity beschrijft hoe gemakkelijk een instrument gekocht of verkocht kan worden zonder grote prijsinvloed. NQ futures hebben overdag tijdens RTH zeer hoge liquiditeit. Buiten markturen is de liquiditeit lager, wat leidt tot grotere spreads en potentiële slippage.
Long
Een positie waarbij je profiteert als de prijs stijgt. Je "gaat long" door te kopen. Tegenover: short.
Low (daglow)
Het laagste prijspunt binnen de gekozen tijdsperiode. De "previous day low" (PDL) is een populair support-niveau.
M
MACD (Moving Average Convergence Divergence)
Indicator die het verschil tussen twee EMA's meet. Een "bullish crossover" (MACD-lijn kruist signaalvijn omhoog) is een koofsignaal.
Macro
Macro-economie omvat factoren die financiële markten beïnvloeden: rentebesluiten (FOMC), inflatiecijfers (CPI), werkgelegenheidsdata (NFP) en BBP-groei. NQ-traders volgen macro-releases nauwgezet omdat ze plotselinge grote marktbewegingen veroorzaken.
MAG7 (Magnificent Seven)
Apple, Microsoft, NVIDIA, Alphabet, Amazon, Meta en Tesla. Goed voor >30% van de S&P 500 wegingsfactor. Ons systeem monitort dagelijks de positie van alle 7.
Margin
De borgsom die je broker vraagt om een futures positie open te houden. Verlies je te veel, volgt een "margin call" — je moet bij storten of je positie wordt gesloten.
Market Cap
Totale marktwaarde van een bedrijf: aandelenprijs × totaal aantal aandelen. Apple is het eerste bedrijf dat $3 biljoen marktwaarde bereikte.
Market depth
Market depth toont de gelaagdheid van koop- en verkooporders op elk prijsniveau. Veel orders op één niveau duiden op sterke steun of weerstand. Dunne market depth maakt de markt kwetsbaarder voor snelle prijssprongen (spikes).
Market maker
Een market maker is een partij die continu bied- en vraagprijzen aanbiedt en zo liquiditeit verschaft. Ze verdienen de spread als vergoeding voor hun risico. Bij NQ futures spelen grote banken en HFT-firma's de rol van market maker.
Mean reversion
Mean reversion is de theorie dat prijzen na extreme bewegingen terugkeren naar hun historisch gemiddelde. Traders gebruiken VWAP, Bollinger Bands en RSI om overbought of oversold situaties te identificeren en te profiteren van de terugkeer naar het gemiddelde.
Momentum
Momentum meet de snelheid en kracht van een prijsbeweging. Sterke, toenemende momentum bevestigt een trend; afnemende momentum kan een trendwisseling aankondigen. Indicators als MACD en RSI meten beide een vorm van momentum.
Moving average (MA)
Een moving average berekent de gemiddelde prijs over een bepaald aantal periodes. De SMA (Simple) geeft elk datapunt gelijk gewicht; de EMA (Exponential) weegt recente prijzen zwaarder. MA's worden gebruikt als dynamische steun- en weerstandsniveaus.
N
Netting
Netting is het automatisch saldo berekenen van long en short posities in hetzelfde instrument. Bij futures brokers worden tegengestelde posities gesaldeerd, wat de totale margin-vereiste verlaagt.
NQ (NASDAQ 100 Futures)
E-mini NASDAQ 100 Future. Symbool NQ. Volgt de 100 grootste non-financiële NASDAQ-bedrijven. $20 per punt. Primaire focus van ons signaal-systeem.
NQ MNQ (Micro NQ)
De micro-versie van NQ Futures. $2 per punt in plaats van $20. Perfect voor beginners en als oefening.
O
Open (opening)
De eerste prijs van een tijdsperiode. De "opening bell" op de NYSE/NASDAQ is om 15:30 NL-tijd.
Open interest
Open interest is het totale aantal openstaande futures- of optiecontracten dat nog niet is afgewikkeld. Stijgend open interest bevestigt een trend. Dalend open interest bij een stijgende prijs kan zwakte aangeven. Anders dan volume, dat alleen de dagelijkse handel meet.
Options
Opties geven de koper het recht — maar niet de verplichting — om een instrument te kopen (call) of verkopen (put) tegen een vastgestelde prijs voor een bepaalde datum. Traders gebruiken opties voor hedging, inkomsten genereren, of speculatie met beperkt risico.
Order flow
Order flow analyse bestudeert de stroom van daadwerkelijk uitgevoerde koop- en verkooporders. Tools als footprint charts en DOM tonen waar agressieve kopers of verkopers actief zijn. Institutionele orderflow op sleutelniveaus bepaalt often de verdere richting.
Order types
Market order (direct uitvoeren tegen huidige prijs), Limit order (alleen uitvoeren op jouw prijs of beter), Stop order (activeren bij doorbreken van niveau).
Overnight position
Een overnight position is een trade die na het sluiten van de RTH-sessie open blijft. Dit brengt extra risico: gaprisico bij nieuws buiten markttijden, hogere margin-eisen en lagere liquiditeit. Day traders sluiten bewust alle posities vóór het einde van de RTH-sessie.
Overbought
RSI boven 70 — de prijs is snel gestegen en kan "rijp zijn voor een correctie". Let op: overbought kan lang overbought blijven in een sterke trend.
Oversold
RSI onder 30 — de prijs is snel gedaald. Potentieel koopmogelijkheid, maar in een downtrend kan het verder dalen.
P
Paper Trading
Simulatie-handel met nep-geld maar echte prijzen. De beste manier om een strategie te testen zonder financieel risico. Verplichte stap vóór live trading.
PDH / PDL
Previous Day High / Previous Day Low. Sleutelniveaus waar de markt vaak reageert. Uitbraak boven PDH = bullish. Doorbraak onder PDL = bearish.
Pivot points
Pivot points zijn berekende steun- en weerstandsniveaus op basis van de high, low en close van de vorige handelsdag. Het centrale pivot point (PP) is het meest gevolgde niveau. Breakout boven PP = bullish, breakdown onder PP = bearish.
Position sizing
Hoeveel contracten je koopt per trade, gebaseerd op je account, risicoregel en stop-loss afstand. Cruciaal onderdeel van risk management.
Pre-market / After-hours
Handelsperiodes buiten reguliere beurstijden (09:30–16:00 ET). Lagere liquiditeit, grotere spreads. Futures handelen bijna 24/7.
Pullback
Een pullback is een tijdelijke prijsbeweging tegen de hoofdtrend in. In een uptrend is een pullback een korte daling die een kans biedt om in te stappen richting de trend. De uitdaging is onderscheid maken tussen een normale pullback en een echte trendommekeer.
Q
Quantitative analysis
Kwantitatieve analyse gebruikt wiskundige modellen en statistische methoden om handelskansen te identificeren. Quant traders programmeren strategieen op basis van historische data en backtesten deze systematisch. Veel hedge funds gebruiken quant-modellen voor NQ futures.
R
Range
Een range is een zijwaartse periode waarbij de prijs heen en weer beweegt tussen een vaste steun en weerstand. Range traders kopen bij steun en verkopen bij weerstand. Een uitbraak uit de range gaat often gepaard met een sterke directionale beweging.
Relative strength
Relative strength vergelijkt de prestatie van een instrument met een benchmark zoals de S&P 500. Als NQ sterker stijgt dan SPX, heeft NQ positieve relative strength. Traders gebruiken dit om de sterkste sectoren of instrumenten te selecteren.
Resistance
Een prijsniveau waar verkoopdruk historisch groot is geweest — een "plafond". Als dit niveau gebroken wordt, wordt het vaak nieuwe support.
Risk/Reward (R:R)
De verhouding tussen je maximaal risico en je potentiële winst. Bij 1:2 riskeer je €100 om €200 te verdienen. Professionele traders streven naar minimaal 1:1.5.
Rollover
Bij rollover sluit je een futures positie in het aflopende contract en open je een nieuwe positie in het volgende contract. NQ traders doen dit doorgaans een week voor expiratie. Het prijsverschil tussen de twee contracten heet de roll cost of roll credit.
RSI (Relative Strength Index)
Oscillator van 0-100. Boven 70 = overkoop. Onder 30 = oververkoop. Ons systeem gebruikt RSI als bevestiging van andere signalen.
RTH (Regular Trading Hours)
De officiële beurstijden: 09:30–16:00 ET (15:30–22:00 NL-tijd). De meeste signalen zijn relevanter tijdens RTH.
S
S&P 500
De 500 grootste beursgenoteerde bedrijven in de VS. De meest gevolgde index ter wereld. NQ correleert sterk met de S&P 500.
Scalping
Scalping is een intraday-strategie waarbij trades slechts seconden tot minuten duren om kleine winsten per tick te pakken. Het vereist lage spread, snelle executie en strikte discipline. Bij NQ Micro (MNQ) zijn de tick-waarden klein genoeg voor beginnende scalpers.
Sector rotation
Sector rotatie beschrijft het verschuiven van kapitaal tussen sectoren naargelang de economische cyclus. In een herstelmarkt presteren cyclische sectoren (tech, consumentengoederen) often beter. NQ-traders letten op kapitaalstromen naar of uit de technologiesector.
Short
Een positie waarbij je profiteert als de prijs daalt. Je "leent" een instrument, verkoopt het, en koopt het later (hopelijk) goedkoper terug.
Slippage
Slippage is het verschil tussen de verwachte uitvoeringsprijs en de daadwerkelijke prijs. Dit treedt op bij marktorders in een snel bewegende of illiquide markt. Grote slippage vreet direct in je R:R en kan een winstgevende strategie onrendabel maken.
SPX
SPX is het ticker-symbool voor de S&P 500 Index (niet het futures contract, dat ES heet). Traders vergelijken NQ en SPX om relatieve sterkte te beoordelen. Grote divergentie tussen NQ en SPX geeft often een vroeg signaal van richtingsverandering.
Spread
De spread is het verschil tussen de bied- en vraagprijs van een instrument. Een nauwe spread duidt op hoge liquiditeit. Bij NQ futures is de spread doorgaans 1 tick ($5), maar buiten RTH kan deze oplopen.
Stochastic
De stochastic oscillator vergelijkt de sluitingsprijs met het prijsbereik over een bepaalde periode. Waarden boven 80 wijzen op overbought; waarden onder 20 op oversold. Het is effectiever als bevestigingstool in combinatie met andere signalen.
Stop-loss
Een automatische order die je positie sluit bij een specifieke prijs om verlies te beperken. Altijd instellen vóórdat je een positie opent.
Stop hunt
Een stop hunt is een bewuste prijsbeweging waarbij grote spelers de markt tijdelijk door bekende stop-loss niveaus duwen om kleine traders uit hun posities te drukken. Na activering van de stops keert de prijs snel terug. Traders plaatsen stops iets voorbij duidelijke niveaus als bescherming.
Support
Een prijsniveau waar koopdruk historisch groot is geweest — een "vloer". Als dit niveau gebroken wordt, wordt het vaak nieuwe resistance.
Swing trading
Posities houden over meerdere dagen of weken. Ons systeem geeft ook swing-signalen naast intraday alerts.
T
Tail risk
Tail risk is het risico op extreme, onverwachte marktbewegingen die buiten de normale statistische verdeling vallen, zoals een beurscrash. Traders beperken tail risk met beschermende puts of door posities te verkleinen in onzekere periodes.
Take-profit
Een automatische order om winst te nemen bij een specifieke prijs. Samen met stop-loss bepaalt dit je R:R ratio voor de trade.
Technical Analysis (TA)
Het analyseren van prijs- en volumedata om toekomstige bewegingen te voorspellen. Gebruikt historische patronen en indicatoren.
Theta
Theta is het dagelijkse tijdverval van een optiecontract: de waarde die een optie verliest doordat er een dag verstrijkt. Optiekopers hebben negatieve theta; optieverkopende traders profiteren van theta. Tijdverval versnelt naarmate de expiratie nadert.
Tick
Een tick is de kleinste prijseenheid van een futures contract. Bij NQ is een tick 0,25 indexpunt waard ($5 per contract). Bij Micro MNQ is een tick $0,50. Weten hoeveel een tick waard is, is essentieel voor het berekenen van winst en verlies.
Time and sales
Time and sales (ook wel de tape) is een real-time overzicht van elke uitgevoerde transactie met tijdstip, prijs en hoeveelheid. Traders lezen de tape om te zien of grote kopers of verkopers dominant zijn en om de snelheid van de orderflow te beoordelen.
Timeframe
De tijdsperiode van een kaars: 1 min, 5 min, 15 min, 1 uur, 4 uur, 1 dag. Ons systeem analyseert primair op 15-min, 1-uur en dagbasis.
Top-down analysis
Top-down analyse is een methode waarbij je begint bij het grote plaatje (macro, sector) en inzoomt op specifieke instrumenten. Voor NQ traders: eerst macro (Fed, CPI), dan de NASDAQ-sector, dan de dagelijkse NQ grafiek, tot slot de intraday setup.
Trailing Stop
Een stop-loss die automatisch meebeweegt in de winstgevende richting. Beschermt winst zonder de positie voortijdig te sluiten.
Trend
De algemene richting van de markt. Uptrend = hogere highs en hogere lows. Downtrend = lagere highs en lagere lows. Zijwaarts = ranging.
Trend line
Een trendlijn verbindt opeenvolgende hogere bodems in een uptrend of lagere toppen in een downtrend. Hoe meer raakpunten, hoe sterker de lijn. Een doorbraak door de trendlijn signaleert een potentiele trendwisseling.
V
Value area
De value area is het prijsbereik waarbinnen 70% van het dagvolume verhandeld wordt, afgeleid uit het volume profile. De Value Area High (VAH) en Value Area Low (VAL) zijn populaire steun- en weerstandsniveaus voor day traders die met market profile werken.
VIX (Volatility Index)
De CBOE Volatility Index — meet verwachte volatiliteit van de S&P 500 voor de komende 30 dagen. <15 = rustig. 15-25 = matig. >30 = angst. Ons systeem weegt VIX zwaar mee.
Volatility crush
Een volatility crush is een plotselinge daling van de implied volatility, meestal direct na een verwacht evenement zoals een FOMC-besluit of earnings release. Optiepremies dalen hierdoor sterk, wat nadelig is voor optiebezitters die op een grote beweging gerekend hadden.
Volume
Het aantal verhandelde contracten in een tijdsperiode. Hoge volume bij een uitbraak = sterker signaal. Lage volume = niet betrouwbaar.
Volume profile
Volume profile toont het verhandelde volume per prijsniveau over een periode. Het Point of Control (POC) — het niveau met het meeste volume — fungeert als een krachtige magneet voor de prijs. Afwijkingen van het POC bieden often goede instapkansen.
VWAP (Volume Weighted Average Price)
Het gemiddelde van alle prijzen gewogen op volume. Institutionele traders handelen rondom VWAP. Prijs erboven = bullish intraday. Eronder = bearish intraday.
VWAP deviation
VWAP deviation meet hoe ver de huidige prijs afwijkt van de VWAP, uitgedrukt in standaarddeviaties. Prijzen op 2 standaarddeviaties van de VWAP zijn often extreem en keren often terug. Institutionele traders kopen often rond -1 SD en verkopen rond +1 SD.
W
Wick (schaduw)
De dunne lijn boven of onder de candlestick-body die de high en low van de periode toont. Lange wick = sterke afwijzing van dat niveau.
Whipsaw
Wanneer de markt snel omkeert na een uitbraak, waardoor je stop-loss geraakt wordt voordat de echte beweging begint. Vermijd te kleine stops.
Win rate
Het percentage trades dat winstgevend is. Interessant: een win rate van 40% kan nog steeds winstgevend zijn als je R:R > 1:1.5 is.
Y
Yield curve
De yield curve toont de rente op staatsobligaties voor verschillende looptijden (2 jaar vs 10 jaar). Een normale curve is opwaarts hellend. Een inverse curve (korte rente hoger dan lange rente) wordt historically gezien als recessie-voorspeller. NQ reageert sterk op renteveranderingen, omdat tech-waarderingen gevoelig zijn voor de discontovoet.

Klaar om deze begrippen in de praktijk te brengen?

Ontvang dagelijks live signalen met uitleg. Alles wat je hier geleerd hebt, zie je iedere dag terugkomen in onze briefings.

Start 7 dagen gratis Ga naar de Academy