Tail risk
Tail risk is het risico op extreme, onverwachte marktbewegingen die buiten de normale statistische verdeling vallen, zoals een beurscrash. Traders beperken tail risk met beschermende puts of door posities te verkleinen in onzekere periodes.
Take-profit
Een automatische order om winst te nemen bij een specifieke prijs. Samen met stop-loss bepaalt dit je R:R ratio voor de trade.
Technical Analysis (TA)
Het analyseren van prijs- en volumedata om toekomstige bewegingen te voorspellen. Gebruikt historische patronen en indicatoren.
Theta
Theta is het dagelijkse tijdverval van een optiecontract: de waarde die een optie verliest doordat er een dag verstrijkt. Optiekopers hebben negatieve theta; optieverkopende traders profiteren van theta. Tijdverval versnelt naarmate de expiratie nadert.
Tick
Een tick is de kleinste prijseenheid van een futures contract. Bij NQ is een tick 0,25 indexpunt waard ($5 per contract). Bij Micro MNQ is een tick $0,50. Weten hoeveel een tick waard is, is essentieel voor het berekenen van winst en verlies.
Time and sales
Time and sales (ook wel de tape) is een real-time overzicht van elke uitgevoerde transactie met tijdstip, prijs en hoeveelheid. Traders lezen de tape om te zien of grote kopers of verkopers dominant zijn en om de snelheid van de orderflow te beoordelen.
Timeframe
De tijdsperiode van een kaars: 1 min, 5 min, 15 min, 1 uur, 4 uur, 1 dag. Ons systeem analyseert primair op 15-min, 1-uur en dagbasis.
Top-down analysis
Top-down analyse is een methode waarbij je begint bij het grote plaatje (macro, sector) en inzoomt op specifieke instrumenten. Voor NQ traders: eerst macro (Fed, CPI), dan de NASDAQ-sector, dan de dagelijkse NQ grafiek, tot slot de intraday setup.
Trailing Stop
Een stop-loss die automatisch meebeweegt in de winstgevende richting. Beschermt winst zonder de positie voortijdig te sluiten.
Trend
De algemene richting van de markt. Uptrend = hogere highs en hogere lows. Downtrend = lagere highs en lagere lows. Zijwaarts = ranging.
Trend line
Een trendlijn verbindt opeenvolgende hogere bodems in een uptrend of lagere toppen in een downtrend. Hoe meer raakpunten, hoe sterker de lijn. Een doorbraak door de trendlijn signaleert een potentiele trendwisseling.